Dieren? Mijn broeders?

Posted: 28 november 2017 by KerkenDier

Menselijk leven op aarde, ons leven, is verweven met het leven van andere dieren. Sinds mensenheugenis ontlenen mensen voedsel, kleding, kracht en hulp bij het werk aan andere dieren. Dieren helpen de boer, dragen en slepen lasten, zwoegen met mensen voor een beter leven. Een dier bewaakt onze bezittingen, kan een mensenleven redden, en een vriend zijn in ziekte, ouderdom en eenzaamheid. Door dieren komt de natuur tot leven, bossen, velden en steden. Zonder dieren zouden we omringd zijn door een uitgestrekte leegte. Zonder dieren zouden we eenzaam zijn. Dieren helpen mensen in hun lichamelijk en geestelijk welzijn en plachten zelfs een morele partner te zijn wanneer het stierf als offerdier in de tempel, zodat mensen zichzelf konden presenteren voor het aangezicht van God.

Premysl Pitter, geboren in Praag in 1895, gestorven in Zürich in 1976, een christelijk humanist, een predikant die kinderen verzorgde, en een pacifist die geen vlees at, zei eens:

Ik geloof dat niemand de titel naaste zozeer verdient als (niet menselijke) dieren. Zij verdienen die titel voor al hun diensten en de echte goedheid die ze aan de mensen geven.

Als christenen zijn we eraan gewend geraakt om Jezus’ oproep om onze naasten lief te hebben alleen toe te passen op onze menselijke naasten. We trekken ons verschrikt terug voor de gedachte dat we andere dieren ook als onze naasten zouden moeten beschouwen en zeggen: “Dieren, alsjeblieft niet, dat zijn mijn broeders niet!” Toch bewijzen (andere) dieren in veel opzichten dat ze wel degelijk onze naasten zijn en mensen – die taal hebben, kracht, vrijheid, kunst en ambachten, die voor zichzelf kunnen opkomen, staan op hun “rechten” en die die ook kunnen opeisen – accepteren maar al te vaak de diensten van dieren zonder erover na te denken als iets vanzelfsprekends, terwijl ze rechtvaardigheid, medelijden en dankbaarheid vergeten.

Elke dag worden we ertoe getrokken en verleid om de gaven van het leven zonder erover na te denken te beschouwen als iets dat vanzelfsprekend is. Toch heeft Albert Schweitzer deze onnadenkende vanzelfsprekendheid ontmaskerd als een hinderpaal. Met zijn voorbeeld van liefde en respect voor de minste van de levende wezens wijst hij ons op de weg naar bereidheid en een mogelijkheid om ons raamwerk van liefde, respect, dankbaarheid en goedheid uit te strekken tot dieren, onze extra-humane naasten. Schweitzer en Pitter, die zichzelf lieten inspireren door Jezus’ oproep tot naastenliefde worden aldus een voorbeeld voor ons om nodeloos despotisme tegenover dieren te laten varen en ze met respect te behandelen in plaats van ons te laten leiden door het genadeloos uitbuiten van onze (en hun) mogelijkheden voor vluchtig financieel voordeel of vluchtig genot.

 

No Comments

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

X